Geen tijd te verliezen in Meppel

Geentijd te verliezen in Meppel


Ik had nog andere dingen te doen. Maar eenmaal terug uit Dronten fietste ik de stad in. Er bleef mij niet veel tijd meer over om de sfeer in Meppel te pijlen. Maar een uur, de tijd dringt. Ik parkeerde mijn ligfiets bij de Mariakerk en liep het centrum in. Daar ontrolt zich de Meppeler zaterdagmiddag. Druk is het er niet. De mensen kuieren over de Prinsenstraat en over de Hoofdstraat. Kopen wat nodig is en ook wat niet nodig is, gewoon omdat het lekker is iets te kopen. Kopen kan de mensen het gevoel geven dat het leven de moeite waard is. We doen wat we doen niet voor niks. We doen het voor de zaterdag. En als men niet aan het winkelen is, dan eet men en drinkt men wat in Herberg ’t Plein of in de Wheem. Een Quinoaburger met truffel mayonaise of een Burritobowl met guacamole. Indruk maakte Meppel in eerste instantie niet. Ik loop door een centrum waarin oudbouw door nieuwe panden is vervangen. Zijn ze gesloopt of heeft de oorlog hier huisgehouden. Ik kan me uit de geschiedenis geen bombardement op Meppel herinneren. Een allegaartje van oud en vervangen, met winkels die niet tot de verbeelding spreken. Maar zoals inkeerder al opmerkte; de tijd was te kort voor een goede eerste indruk.

Op een gegeven moment raak ik via de Korte Elleboog op het Zuideinde verzeild. Een sfeervolle straat, die uitnodigt om ingelopen te worden. Voor een oude schoolgebouw blijf ik stil staan. Terwijl ik het pand bestudeer, vraag ik me af of het gesloopt gaat worden. Het staat er leeg en onnuttig bij. Gaat hier straks in de toekomst het Zuideinde ontsiert worden met lelijke nieuwbouw? Achter het gebouw zit een aanbouw van misschien wel dertig meter diep. Op het oog is het even oud als de school, maar het heeft meer iets weg van een oude fabriekshal. Een prima lokatie voor woningbouw. Een voor de hand liggende gedachte van een stadsbestuurder. Ik kan er alleen maar een fabelachtig atelier in ontdekken, waarvoor ik mijn woonplaats zou verruilen als ik er ook mijn camper ook in mag stallen en vrijelijk elke toekomstige emissiezone met dieseluitstoot mag vervuilen tot aan mijn dood. Een soort van erfpacht op uitstoot en dat alleen om mij naar Meppel te halen. Het zou, wat ik verder ook van Meppel mag vinden, ondankbaar zijn dit te weigeren. Aangezien ik nog geen uitnodiging binnen heb, blijf ik in Delft. En dat is ook goed, want welke bijdrage zou ik kunnen leveren aan de vaart der volkeren van Meppel. Juist. Niets. Maar, het Zuideinde bevalt me. Dat valt niet te ontkennen. Even daarvoor had ik staande voor de etalageruit van Café De Kameel, naar binnen gekeken. Het had me een uitgelezen etablissement geleken voor een goed glas Grauburgunder. Helaas was de gelegenheid gesloten. Bij navorsing zou blijken dat De Kameel, wat een prachtige naam is, een christelijke onderneming is en die hebben vaak, gedreven door vrijwilligers, hun eigen openingstijden, wat ik heel erg jammer vind. Ik had me er graag omgeven door de stilte van de lambrisering overgegeven aan een fijne glas witte wijn. Ik zou er ook graag met mijn  vrienden terug willen komen. Ik zou er altijd een omweg voor over willen maken.

Terug bij de brug waar de hoofdstraat over gaat in het Zuideinde, had ik nog graag het havenkwartier van Meppel in gelopen. Havenkwartieren zijn avontuurlijke plaatsen. Maar de tijd dringt. Om16.00uur moet ik Natas ophalen bij Froukes aan die Steenwijkerstraatweg. Ik haast me terug naar de Mariakerk en haal mijn fiets van het slot. Als ik langs de Albert Hein fiets bedwing ik de aandrang om alvast boodschappen te doen. Dan hebben we dat alvast maar gedaan. Kunnen we eenmaal weer thuis aan de wijn. Maar er is geen tijd te verliezen. Ik moet naar Froukes. Ik wil daar op tijd komen. Volgens afspraak. Degelijk en vriendelijk. Wanneer ik er even later binnenstap, slaat de inspanning der cursisten me te gemoed. Het is binnen warm. En dat komt niet omdat de paletkachel aan staat. 12 vrouwen zitten gebogen over wat in mijn ogen toch wel heel dunne draden zijn, ja misschien wel te dunne draden lijken. Veel kleurig zijn ze dat wel, maar ontegenzeggelijk dun. Ze wekken bij mij de indrukt dat de arbeid die de vrouwen verrichten eerder een straf is dan dat ze hobbymatig wordt verricht. Hoe verzin je het, zulke dunne draden en zulke dunne naalden. Om daarmee te haken en dan zijn er ook nog kralende die vast gezet moeten worden. Heel kleine kralen maar ook heel kleurig.  Op hun gezichten hebben zich lichte blossen van inspanning afgetekend. En dat is begrijpelijk. Priegelhaken is namelijk niet makkelijk. Gelukkig kan Natas het erg goed. Oefening baart kunst. Het is niet anders. En eenmaal de kunst vaardig, wordt het van zelf leuk. De workshop in het atelier van Froukje toont aan dat Priegelhaken je niet zomaar komt aanwaaien.Het is een prachtige uitdaging. Ik kom er graag nog eens terug, om Natas verder te laten priegelen. Ik ga dan het Havenkwartier van Meppel nader verkennen. Want een gevoel zegt me dat het avontuur daar op me wacht.

EM